Beperkingen van klassieke en publieke modellen
Bij het herinrichten van infrastructuur komen organisaties vaak uit bij twee uitersten. Aan de ene kant het traditionele datacenter, dat voorspelbaar is maar beperkt flexibel. Aan de andere kant publieke Cloud-platformen, die snelheid en schaalbaarheid bieden, maar niet altijd passen bij eisen rondom datalocatie en compliance.
In de praktijk blijkt dat geen van beide modellen voor iedere organisatie optimaal is. Zeker wanneer bedrijfskritische applicaties, gevoelige data en langdurige afhankelijkheden een rol spelen.
De financiële onzekerheden
Klassieke infrastructuur vraagt om substantiële investeringen vooraf. Servers, storage en netwerkcomponenten worden aangeschaft als kapitaaluitgaven (CAPEX), met afschrijvingen over meerdere jaren. Capaciteit moet dus vooraf worden ingeschat en ingekocht.
Dat leidt tot een fundamentele spanning. Overcapaciteit betekent vastgezet kapitaal en inefficiënt gebruik van middelen. Ondercapaciteit remt innovatie en wendbaarheid. In beide gevallen ontstaat frictie tussen IT-behoefte en financiële realiteit.
Publieke Cloud-platformen zijn in tegenstelling tot klassieke infrastructuur beter schaalbaar maar qua kostenbeheersing complex, omdat de kosten bij groei ook exponentieel toenemen. Hierdoor wordt IT een balanspost die moeilijk meebeweegt met strategische keuzes. Terwijl organisaties juist behoefte hebben aan flexibiliteit, voorspelbaarheid en een directe relatie tussen gebruik en kosten.