Drie richtingen naar de toekomst
Voor organisaties die shared VMware inzetten, zijn er grofweg drie denkbare richtingen.
De eerste is formaliseren wat er al staat. Wanneer de architectuur technisch robuust is, kan aansluiting bij een partij met het juiste partnerniveau voldoende zijn om continuïteit te waarborgen. De infrastructuur blijft grotendeels intact; de formele borging verschuift. Lift en shift.
De tweede is scheiding aanbrengen tussen platform en propositie. De infrastructuur wordt ondergebracht bij een gespecialiseerde partij, terwijl de eigen organisatie zich richt op klantrelatie, applicatiediensten en regie. In dat model wordt infrastructuur weer expliciet een onderlaag: heel belangrijk, maar niet onderscheidend of als onderdeel van de propositie.
De derde richting is fundamenteler. Sommige organisaties gebruiken dit moment om hun consolidatiemodel opnieuw te bekijken. Past virtualisatie nog bij de aard van de workloads? Is containerisatie logisch? Moet de tenant-structuur anders worden ingericht? Dit is geen technische noodzaak, maar een strategische overweging.
Welke route passend is, hangt zelden alleen af van technologie. Contractuele looptijden, hardware lifecycle, consolidatiegraad en organisatorische volwassenheid spelen minstens zo’n grote rol.